X-T2 en X-Pro2 in bovenaanzicht

Dag Peter,

De Fujifilm-X-serie camera’s zijn een geval apart. Het zijn zeer interessante toestellen maar in vergelijking met de DSLR (Digital Single Lens Reflexcamera) van de grote merken is hun toepassingsgebied vrij beperkt. En aangezien de X-100T een vaste lens met vaste brandpuntsafstand heeft (35mm equivalent met opening f2), is die in vergelijking met mijn X-Pro1, die verwisselbare lenzen heeft, nog beperkter.

Daarbij komt dat beide toestellen over een hybride zoeker beschikken. De toetellen combineren een optische zoeker met een elektronische zoeker. En dat is vooral een toegift aan de liefhebbers van optische zoekers. De optische zoeker heeft weliswaar heel wat beperkingen, zo is het beeld dat je in de zoeker ziet een beeld dat ongeveer overeen komt met wat op de sensor verschijnt. Hoe dichterbij het onderwerp, hoe verder de zoeker er naast zit. De elektronische zoeker op z’n beurt heeft net zoals het LCD-scherm achteraan het toestel, last van het vertragingseffect. De reflexcamera (die via een spiegel en een prisma rechtstreeks door de lens kijkt) heeft van geen van bovenstaande beperkingen last. Spiegel en prisma maken een toestel echter zwaarder, groter en luidruchtiger.

Indien de optische zoeker geen meerwaarde biedt voor jouw vriendin dan heeft Fujifilm betere toestellen in z’n gamma. Indien jouw vriendin ook niet wil leven met het vertragingseffect van de elektronische zoeker en het LCD-scherm, of als ze een all-round toestel wil, kan ze naar mijn mening beter voor een reflextoestel van een van de twee grote merken gaan (Nikon en Canon).

Ook met hun sensor onderscheiden de Fujifilm X-toestellen zicht van de concurrentie. Daar waar minstens 90% van de conventionele toestellen gebruik maken van de Bayer lay-out gaat Fuji voor een eigen ontwerp, de X-Trans sensor. Bij de Bayer-sensor zijn de fotosites (of pixels zoals die vaak abusievelijk worden omschreven) gerangschikt in twee rijen. Een rij die een groene site afwisselt met een blauwe en een rij die een rode site afwisselt met een groene. Zo krijg je 2 x 2 patronen die telkens uit 2 groene sites bestaan en 1 rooie en 1 blauwe. Het ontwerp van Fuji werkt met patronen van 6 x 6. Daardoor kan de sensor meer accuraat kleine nuances onderscheiden en kan een anti-alias filter achterwege blijven. Het ontbreken van een anti-alias filter zorgt er voor dat er in de post-processing minder moet opgescherpt worden maar ook dat de sensor gevoeliger is voor het moiré-effect (de dansende lijnen van bijvoorbeeld een pied-de-poule motief). Moiré kan makkelijk in de post-processing ongedaan worden gemaakt.

En dat brengt ons bijna naadloos bij een onverwacht en ongewenst nadeel van de X-Trans toestellen. De populaire RAW-converters zoals Adobe Lightroom, Adobe Camera Raw, Aperture… zijn ontworpen om Bayer-patroon-rawbeelden te verwerken. Ze hebben geen ervaring met de X-Trans en bakken er (althans in eerste instantie) weinig van. Ondanks het heel kleine marktsegment van Fuji heeft Adobe de afgelopen jaren wel een inspanning geleverd om Lightroom en ACR beter af te stemmen op de X-Trans sensor. Het is een stap vooruit maar het resultaat is nog altijd niet vlekkeloos. De sensor vraagt (zeker in Lightroom) een heel andere workflow dan de Bayer-sensoren. Het beste resultaat haal ik met (het veel te dure) CaptureOne van PhaseOne. CaptureOne heeft ook een vrij steile leercurve. De X-toestellen leveren gelukkig naast RAW ook heel, heel goeie jpeg’s af. Als je het niet belangrijk vindt om in RAW te fotograferen kan je voor jpeg’s gaan en dan valt bovenstaande argumentatie weg. Fuji is er trouwens in geslaagd om de kleurweergave van z’n populaire films uit de vorige eeuw, zoals Provia, Velvia en Astia naar respectievelijke Jpeg-profielen te vertalen.

Een laatste punt van kritiek is de bediening en menu-architectuur. Sommige knoppen en sommige digitale instellingen zitten op vreemde plaatsten of diep begraven in de menu’s. Dit punt illustreert dat Fuji voorlopig weinig ervaring heeft in digitale fotografie. Fuji heeft zijn reputatie vooral opgebouwd in de vorige eeuw met heel degelijke negatief- en diafilms, en met verbazingwekkend goeie middenformaatcamera’s (met optische zoeker trouwens).

Tot wie richt Fujifilm zich met deze toestellen? Tot de fotograaf die topnotch beeldkwaliteit in een compacte behuizing zoekt. Tot de enthousiaste fotograaf die geïnteresseerd is in low profile reportage – of ‘straatfotografie’ zoals dat zo lelijk heet – en er belang aan hecht om ongestoord en onopvallend zijn ding te doen. Tot de fotograaf die wel voor de Leica M – toestellen valt maar daar niet zoveel geld wil of kan voor uittrekken. Tot de theater- en setfotograaf die een nauwelijks hoorbare camera wil. Tot de fotograaf die valt voor de retro-vormgeving van de toestellen. Tot de fotograaf die niet op zoek is naar een all-round systeem.

Waarom heb ik een Fujifilm X-Pro1 gekocht? Omdat ik naast mijn DSLR-systeem een compacte camera wou die een beeldkwaliteit levert die vergelijkbaar is met de meeste DSLR-systemen. De X-Pro1 overstijgt de beeldkwaliteit van mijn twee Nikon D300’s die ik tot twee jaar geleden gebruikte voor al mijn professionele opdrachten en evenaart die van mijn Nikon D800. En omdat ik mij geen digitale Leica M kan/wil veroorloven. Ik heb hier nog een analoge Leica M6 met 3 bijhorende lenzen liggen, en ik miste de manier van fotograferen die de Leica beidt. De X-Pro1 komt aardig in de buurt. Waarom een X-Pro1 en niet de X100? Omwille van de verwisselbare lenzen.

Tenslotte ik toch nog even benadrukken dat de beeldkwaliteit van de X-Trans sensor heel, heel hoog ligt en de bouw- en beeldkwaliteit van de Fujinon lenzen ongeëvenaard is. Sommige onlinerecensenten beweren dat de beeldkwaliteit van de X-Pro1 hoger ligt dan die van de digitale Leica M’s. Of dat klopt weet ik niet.

Ziezo, mijn mening in een notendop. Als je nog vragen hebt, geef mij dan gerust een seintje.

Alle foto’s zijn met de Fujifilm X-Pro1 gemaakt.
Tags:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *